Schilderij:“Nisht kayn Shuh”, Not One
Hour
Herinnert u zich de column over die familie die een jaar geleden in de sneeuw uit hun huis werden gezet? Die is weer terug, en in hun eigen huis, B”H. Er is gepraat met de bank en met de geldschieters en de gemeenschap heeft zich er – achter de schermen- mee bemoeit. Er is een regeling getroffen voor deze mensen die zoveel eenzamen, goede, niet zo goede, leuke en minder leuke mensen belangeloos laten aanzitten aan hun sjabbes maaltijd. Nu hoeven ze niet meer met een koffer van logeerkamer naar souterrain te zwerven met hun twee dochters die nog thuis wonen. Het trok een zware wissel op hun schoolwerk en hun sociale leven. Als iemand verdient dat ze in hun eigen huis zitten zijn zij het wel! Ze gaan nu weer gewoon door waar ze tot de dag voor hun gedwongen vetrek mee bezig waren: mitswes. Ze organiseren lezingen, sjioerim, seoedah’s en het vieren van een yohrzeit, de jaarlijkse sterfdag van -bijvoorbeeld- een beroemde rabbijn als de Baba Sali (de ‘Biddende Vader’). Chacham Yisrael Abuchatzeira stamt uit een Marokkaanse rabbinale familie en stierf in Israel in 1984. Zijn portret, met een witte doek laag over zijn ogen om geen kwaad te hoeven zien, hangt in de meeste sefardische en sommige asjkenazische huizen en winkels in Brooklyn . De familie waar ik over schrijf heeft een schoorsteenmantel boven een nep-openhaard (heel populair hier) met een enorme rij portretten van rabbijnen en geleerden erop, een groot schilderij boven de bank van de Baba Sali, en nog eentje in de gang.
De Baba Sali stond bekend als uiterst vroom en geleerd, hij sliep 's nacht nooit, maar leerde Torah en kabbala en bad tikkoen chatzot. Er zijn allerlei wonderverhalen over hem bekend, zowel in Joodse als moslim-kringen. Een andere rabbijn uit zijn familie, Chacham Yaakov Abuchatzeira die in 1880 in Egypte stierf werd eerder geeerd in dit huis. Normaal bezoeken Joodse pelgrims zijn graf in Egypte, maar dat werd dit jaar door de regering of wie er daar momenteel over gaat, verhinderd. Jammer, weer een stukje tolerantie en de mogelijkheid iets over elkaar te weten naar de maan. De tijd dat moslims respect hadden voor Joodse geleerden en rabbijnen en omgekeerd, zoals voorkwam in Marokko, is aardig (of niet zo aardig, eigenlijk) op zijn retour.
Voor de ceremonie van de Baba Sali had de vrouw des huizes een aantal dames uitgenodigd. Eerst zeiden we verschillende brooghes over iets lekkers. Die brooghes waren volgens een kabbalistisch concept verbonden met een specifieke mitswe of verzoek: wil je een goede sjiddoech voor jou of je kinderen? Zeg bore peri hagafen over wijn. Parnassah? Zeg mezonos, eet een cracker of een koekje met de juiste intentie. Er waren boomvruchten, fruit en groenten, veel zoete taart en een schaal granaatappelzaden. Ieder antwoordde zo luid mogelijk Amen op de brooghes, dat hoort er bij. De buren in hun losstaande huis zullen het goed gehoord hebben. Daarna volgden kleine lezingen en een verhaal van een eerbiedwaardige rabbijn die nauw met de Baba Sali had samengewerkt en daaar over vertelde. Omdat deze rabbijn zelf ook bekend stond om het geven van brooghes (zie een vorige column op deze site) gingen de dames in een rij staan en vroegen (vooral) om refoeah sjelemah, beterschap voor een zieke, met diens/dier Hebreeuwse naam en moeder’s naam. Mocht je die niet weten, gaf niet, HaShem weet wie je bedoelt, ook met de burgerlijke naam. Men drukte de rabbijn bankbiljetten in handen om in Israel aan tzedakah te geven. De vrouw des huizes ging rond met grote dienbladen vol theelichtjes, en iedere dame stak er een aan onder een gemompeld le-zekher nisjmat. Iemand zei dat deze week tevens de yohrzeit was van de Sassover Rebbe, een achttiende-eeuwse Chassidische rabbijn die had gezegd: "Wie geen enkel uur per dag voor zichzelf heeft is geen mens". Ik heb dat op mijn visitekaarten laten drukken, een goed advies voor het hectische leven in New York. Geen een uur, nisht kayn shoh in het Jiddisch, wordt de titel van mijn volgende tentoonstelling.
In deze familie met hun yohrzeitceremonies leren Asjkenaziem over de sefardische rabbijnen en omgekeerd. Men heeft ook een vaste regel voor de sjabbesmaaltijden: je moet iets meedelen, al is het 'maar' een paar woorden over bijvoorbeeld de parsja. Ik vertel meestal een chassidisch verhaal. Een man uit een kibboets vertelt daar over, en er is een dame die best veel weet maar een afwijking heeft, en haar doorgaans lange verhaal monotoon en snel afratelt met schrille stem, ze voegt zelfs voetnoten in, heel vermoeiend. We moeten haar altijd afkappen. Maar de gastfamilie is zo tolerant dat ze toch deze dame blijven uitnodigen. Waar zou ze anders heen gaan? Sjabbes in haar eentje vieren? Dat mag niet. Er is vaak een opgedirkte dame met een bruine poedel, met wie ze converseert. Dat is officieel een geleidehond, niet omdat ze blind is, maar omdat ze psychologisch iets mankeert. Allemaal zijn ze welkom, inclusief CouCou (zo heet 't beest echt) onder de tafel, en er komen natuurlijk ook veel leuke normale, aardige mensen. Ik heb ze allemaal uitgenodigd voor mijn schilderijententoonstelling in een Jiddisch theater. Ben benieuwd of ze komen! Met de zegen van de Baba Sali en zijn geleerden zal ik heel wat aanloop hebben.
Shoshannah Brombacher, Brooklyn, februari 2012
(wordt vervolgd)
Yohrzeit: jaarlijkse herdenking van een sterfdag
B”H: G-d zij geprezen
Mitswe, Mitswes: goede daad/daden, ook in religieuze zin
Sjioerim: lezingen met een religieus thema
Seoedah: maaltijd ter ere van een religieuze gelegenheid, bijvoorbeeld een besnijdenis
Chacham: sefardische rabbijnentitel
Tikkoen Chatzot: mystiek kabbalistisch gebed dat om middernacht wordt gezegd
Brooghe (berakhah): zegenspreuk over bijvoorbeeld voedsel, zoals peri hagafen (‘die de vrucht van de wijnstok schept) over wijn, mezonot/s (‘voedingswaren’) over koek en gebak
Sjiddoech: het in contact brengen met een potentiele huwelijkskandiaat
Parnassah: levensonderhoud
Refoeah sjelemah: (de wens voor) volledig herstel van een ziekte
Tzedakah: liefdadigheid
Le-zekher nisjmat: ter nagedachtenis aan de ziel van..., speciaal gebed uitgesproken bij het aansteken van een yohrzeit-licht
Parsja : wekelijkse Torah-lezing