schreef:
Als het oorlog is, of is geweest, of als er besloten moet worden over oorlog, of simpelweg moet worden gedacht over hoe het was, of zal zijn, is er geen betere voor het vinden van de woorden dan Armando. De schilder, beeldhouwer, violist, toneelmaker, schrijver kreeg deze week de VSB Poëzieprijs. Hij houdt niet van lange ballades, in de Verzamelde Gedichten staan op flink wat bladzijden niet meer dan een, twee zinnen. Maar waar je het boek ook opslaat – en dat geldt ook voor Gedichten 2009, zijn laatste bundel – staan korte teksten; als Davids slingerstenen kunnen ze moeiteloos de zich groot makende politici met hun gepraat over idealen en afspraken, verplichtingen en verraad, vellen.
Ze dachten we gaan de aarde beklimmen, we gaan de dood verjagen, we zegenen de regen, webrengen stenen naar de stad. Ze zwoegden en bouwden moeizaam een galg.Beter kan het verschil tussen de aspiraties waarmee men wegtrekt om te winnen en goed te doen en de werkelijkheid waarin men wakker wordt, niet verwoord worden. Het gedicht heet Een galg, maar het vangt wat mij betreft veel meer dan de illusies van krijgsgevangenen. Het kan moeiteloos worden gebruikt voor soldaten die op ‘vredesmissies', ‘opbouwmissies’ of wat voor ‘missies’ook gaan. Het kan zelfs slaan op iedere idealist die een gebied intrekt – reëel bestaand of overdrachtelijk – om daar zijn zegeningen te brengen. Zegeningen die altijd ook een duistere, onderdrukkende, ondermijnende kant hebben. Een kant die door het idealistisch goede hart aan het scherpe oog wordt onttrokken.Wat Afghanistan betreft, zou ik het ook niet weten. Twee dagen na 9/11 las ik Achmed Rachids boek over de Taliban. Meer dan een dag had ik er niet voor nodig. Sindsdien is de schrik niet meer uit mijn benen gegaan. 'Dat we überhaupt nog leven', was de angstaanjagende gedachte toen ik het boek dichtsloeg. De Taliban: barbaars. Maar de andere warlords, van de Noordelijke Alliantie bijvoorbeeld, waar ‘wij’ zulke goede maten mee zijn: niet minder barbaars. Hoog waait de haat, trots hernemend haar bezit,vormt staketsels in het lege land.hoe trilt het verleden na: de doden herrijzen, zoeken hun verheven leven. In het met doden en hatende mannen gevulde land kun je de vrouwen en kinderen en zachtmoedige mannen niet aan hun lot overlaten. Maar denken dat je er iets kunt doen, is tamelijk wereldvreemd. Mannen die wel hun penis, kalasjnikov en hooivork kunnen vasthouden, maar geen pen, opleiden tot ‘politieagent’? Door Nederlandse dienders die geen kraker uit het door hem gestolen huis kunnen halen zonder in een veldslag terecht te komen? Bizar.de aarde heeft zich uitgerekt. waardig komt het tot stil horen:restgeluiden, vogels zweven even, geronksteeds nog, de dood in starre pracht. als toen lawines maaiden voorspelde men veranderingvan machten, maar wankel was wat volgen zou: honger en de laatste steniging. Zijn er vogels in Afghanistan? ,,Vrouwen worden vandaag even makkelijk gedood als vogels in Afghanistan.” Google ‘vogels in Afghanistan' en je krijgt deze uitspraak van Malalai Joya, een activiste voor vrouwen. Ze gaf het interview in juli 2009. Ze overleefde vier aanslagen, gaat in boerka gekleed voor haar veiligheid en schildert een bittere werkelijkheid. En de vogels? Op Afghaanse postzegels staan witte en zwarte zwanen, eenden, lepelaars en een bonte, paars-blauw-groene vogel met oranje poten en een oranje snavel. Wikipedia geeft voor Afghanistan vogels met spannende (Engelse) namen: munia, myna, bushchat, bulbul, tit. Maar ze worden gemakkelijk gedood, iets minder gemakkelijk dan vrouwen, dat dan weer wel. Gaan de trainers, als ze gestuurd worden, vogels zien? de voorhoede,waaiend langs de grens. geen onbezonnen vraag, geensamenspraak. ze vallen bedachtzaam aan. Nee, nee, aanvallen mogen ze juist niet. Ze mogen alleen op hun bord eten aanvallen. Of op de gedichten van Armando, die in korte zinnen beter zegt wat zij meemaken dan zij ooit zelf zullen kunnen. Poëzie zwart als de oorlog, terwijl juist dat woord ‘oorlog’ er niet in voorkomt. Armando’s gedichten zijn voor alle tijden. Lang nadat deze oorlog voorbij is en andere oorlogen gevolgd zijn door weer andere oorlogen, zullen zijn gedichten nog van toepassing zijn. De prijs kon aan geen ander beter worden gegeven dan aan hem.
Tamarah
Benima is rabbijn van de Progressief Joodse Gemeente Noord Nederland; en
columnist van het Nieuw Israelietisch Weekblad en Friesch Dagblad.
Geschreven door
op
1/28/11 om 09:01
31 december 2009 15:46
19 januari 2010 15:40
31 januari 2010 20:33
22 juni 2010 15:20
7 juli 2011 11:57