Het is Donderdagavond, en ik krijg over twee uur een Jiddische traktatie: de acteur Rafael Goldwaser van het Luft Theater vertelt een avond lang over de specifieke technieken van een Jiddisch toneelstuk. Hij laat de mensen ook oefeningen doen, zoals lopen met een masker op. Dat is heel anders dan lopen zonder masker, zowel voor de acteur als voor de toeschouwer. Geen gezichtsuitdrukking zien trekt de aandacht naar veel andere zaken waar je anders overheen kijkt, letterlijk. Wat is er zo typisch Jiddisch aan zijn soort stukken, behalve de taal, dat je ze niet door een Shakespeare acteur kunt laten spelen? Wie weet wat haymisj betekent zal het begrijpen.
Twee dagen geleden speelde Goldwaser met een gezelschap het stuk Agenten van Sholem Aleichem, over een paar verzekeringsagenten die elkaar in de trein ontmoeten en het leven en hun parnossa doornemen, erg geinig. Ze spreken een zeer kleurrijk Jiddisch. De vertaling wordt voor wie die dat niet machtig is op een scherm geprojecteerd. De acteurs doen veel met lichaamstaal. De manier waarop de ene acteur likkebaardend kijkt naar de andere die een uitgebreide lunch uit zijn koffer haalt en met smaak oppeuzelt zonder iets te delen is onbeschrijfelijk amusant. Dat alles alleen met gebaren, er zijn geen rekwisieten, geen lunch, geen etenswaar. Het theater is in een loft, een verdieping van een groot oud commercieel gebouw met zuilen en hoge plafonds. Het gezelschap oefent er ook. Er staan slechts een aantal klapstoelen en een tafeltje op de kale vloer. Het decor is een zwart gordijn, de stoelen in de ‘trein’ zijn dezelfde klapstoelen waar het publiek op zit, iedere keer anders gegroepeerd, maar met zulk goed spel hoor je de trein ratelen en zie je hem schokken. Een mand met eten bestaat alleen door hun handbewegingen. Er is een saxofonist die de emoties vertolkt met een paar maten tussen de conversatie door. Gewaltig!
Vanavond is de tweede en laatste introductie voor leken hoe je Jiddisch theater speelt. Ik ga aankondigingen voor het Jiddisch theater schilderen en had me enorm op Goldwaser in actie verheugd, maar op het laatste moment ga ik niet. Waarom niet? Dit is New York, en er is hier altijd wat aan de hand. De Occupy Wall Street beweging is ook in Nederland genoegzaam bekend van het nieuws. Vandaag vieren ze dat ze twee maanden bestaan en organiseren ze protestmarsen over de Brooklyn Bridge, naar de beurs en het stadhuis, rond Zucotti Park waar de tenten pas zijn weggehaald, en in de subway. Ik ben bang dat ik niet meer thuiskom of via een hopeloze omweg uren later arriveer als ze de lijn naar Brooklyn ook gaan bezetten. De eeuwige reparaties aan de subway zijn al erg genoeg, temeer daar men afwijkende dienstroosters vaak niet of verkeerd aankondigt. Ik zag vandaag op de live stream news-website op mijn computer dat er rellen waren uitgebroken, er is gevochten, men vecht wellicht nog, ik wil daar niet tussen zitten met een hoofd vol Sholem Aleichem.
De Joodse gemeenschap hier in Brooklyn is tot op het bot verdeeld over ‘Wall Street’ (de beweging en de tenten, dus). Veel mensen vinden dat er iets moet veranderen, dat de rijkdom hier wel erg oneerlijk is verdeeld tussen wat men de 1% noemt (de banken, de zeer rijken) en de 99%, alle andere inwoners van New York, die ondanks een baan en dankzij de crisis vaak moeite hebben om hun rekeningen te betalen of een beetje comfortabel te leven. Ik heb al eens een column geschreven over een huisuitzetting. Maar er is in de beweging ook steeds meer antisemitisme, risjes, sommigen benadrukken op een onsmakelijke manier dat de namen van veel grote banken zoals Goldman Sachs Joods zijn ‘en die horen hier niet’. Hadden we dat al niet eerder gehoord? De beweging heeft socialistische motieven maar trekt ook veel rifraf. Zoals u weet komt het woord van erev rav de ‘ongeregelde menigte’ (lees maar: zootje)’ die met de Joden meetrok toen ze Egypte verlieten een paar millennia geleden. En dit rifraf zorgde ook toen al voor problemen. Er zijn borden gesignaleerd met ‘Go back to Israel’ (terug, hoezo terug voor Amerikaanse bankiers?) en de helaas gebruikelijke tirades tegen Israel en het Zionisme. Afgelopen week werden er bij mij om de hoek swastika’s geklad en twee auto’s in brand gestoken. Midden in de brave en meestal veilige Joodse buurt. De daders zijn voortvluchtig. Er werden beschuldigende vingers opgestoken naar de Occupy Wall Street beweging. Die stuurden een groep ‘protesters’ om hier te komen verzekeren dat ze het niet hadden gedaan, en dat ze radicaal tegen dit soort haat acties zijn. Op zich een mooi gebaar, en eerlijk gezegd denk ik ook niet dat ze een hate-crime helemaal hier in Brooklyn zouden komen doen, maar er blijft een ongemakkelijk gevoel dat antisemieten de gelegenheid aangrijpen om mee te liften op de kruiwagen van Occupy Wall Street, en dat de beweging daar niet genoeg tegen doet of wil doen, u mag het zeggen. Intussen hoop ik dat die les over theater herhaald wordt op een rustige avond, we hebben vandaag wel genoeg theater gehad in de stad.
Shoshannah Brombacher Ph.D., 17 November 2011
-haymisj: (Jiddisch) informeel en intiem, met een vertrouwd gevoel van de eigen familie en cultuur.
-Sholem Aleichem: (Voronko 1859-New York 1913), populaire Jiddische schrijver.
-Parnossa: levensonderhoud, beroep.
-gewaltig: (Jiddisch) geweldig.
-risjes: antisemitisme.