“Het leven van een mens is wat zijn gedachten ervan maken.” Een beroemd citaat van de Romeinse keizer Marcus Aurelius, dat ergens in mijn huis, op een gescheurd papiertje, op een versleten prikbord, mij tracht terug te fluiten als ik moedeloos dreig te worden van mijn gepeins over de waan en de waanzin van onze existentie.
Wat in de
ochtend begint met een op goede voornemens gebaseerd gedachtewolkje, ontaardt
aan het eind van de dag te vaak in een bijna niet te bevechten gedachtevlucht.
En dan kan ik Aurelius’ woorden honderd keer overlezen, mijn gedachten lijken
stuurloos.
Het gedachtewolkje dat een paar dagen geleden was gevuld met uitsluitend
ontroering, en dat ik uit zou gaan werken tot een kleine ode aan het leven,
groeide binnen enkele uren uit tot een niet meer te stoppen achtbaan,
onbestuurbaar geworden op het spoor van een reeks hevige bespiegelingen over goed en fout, macht en
moed. En zie dan nog maar eens terug te keren naar de zuivere emotie van het
eerdere moment.
Mijn overdenkingen van de mismoedige soort werden onderbroken door het
verschijnen van een foto en een brief die bestond uit meerdere A4’tjes, gevuld
met herinneringen en minutieuze beschrijvingen. Elk detail dat de afzender uit
zijn geheugen op had weten te diepen, had hij voor ons opgeschreven, met een
zorgvuldigheid die me bij het lezen ervan diep in mijn ziel trof. Maar niet
meer dan de begeleidende foto.
Op de foto een donkerharig jongetje op een muurtje: mijn vader, vlak na de
oorlog, op de laatste van de drie plekken waar hij ondergedoken zat. Het blonde
mannetje naast hem is de afzender van de brief, een in Canada wonende Hollander
die moeite had gedaan mijn vader te vinden. Na al die jaren.
De foto en brief hadden op geen beter moment kunnen komen. De achtbaan stopte
zomaar, of was het me gelukt er zonder kleerscheuren uit te springen? Het
maakte niet uit, hij mocht verder razen op de gladde rails van glibberige
ideeën, waan enwaanzin – ik
was teruggekeerd naar de gedachtewolk die ik aanvankelijk niet meer vangen kon.
Herinneringen van de afzender, haarfijn beschreven, vulden die van mijn vader
aan en zo ontstond opnieuw Het Verhaal, over wat voor mij altijd onvoorstelbaar
zal blijven, hoe angstig dicht ik ook bij zijn geschiedenis sta. Vervlogen
beelden op mijn netvlies.
Sindsdien prijkt naast het citaat van Marcus Aurelius de vergeelde foto van
mijn vader, die de wijze woorden van de keizer doet verbleken. De foto is er
een van hoop en toekomst, van heldendom, verzet en Goede Keuzes. En vanaf nu
een vangnet om elk bestuurbaar gedachtewolkje.
Loor (1967) blogt regelmatig over antisemitisme en haar beleving van het Jodendom op haar veelgelezen weblog Loor Schrijft (eerder genomineerd voor de Dutch Bloggie Award 2009) en werkt aan haar eerste roman.
9 mei 2012 17:03
16 mei 2012 15:22