Joodse OmroepJoodse OmroepJoodse OmroepJoodse OmroepJoodse Omroep

De Joodse Omroep belicht het jodendom in de breedste zin van het woord vanuit verschillende invalshoeken, met de Joodse religie als bindend element.

Lisa schreef:

Het leven is kort. Dat realiseer ik mij maar al te goed, zeker als kind van een overlevende van de sjoa. En toch, als een collega vrij jong overlijdt, een vrouw die de nasleep van de sjoa te lijf ging, juist door er dwars en dapper tegenin te zingen, sta je daar toch weer ernstig bij stil.

Vorige week overleed Debbie Friedman, componist en zangeres van Joodse muziek. Ze had een auto-immuunziekte en neurologische aandoeningen; een longontsteking werd haar fataal. Ik leerde haar twintig jaar geleden kennen, toen ze bijna veertig was. Ze was toen al een megaster, een soort Joodse Joan Baez. Ik was voor het eerst gevraagd om op te treden als verhalenverteller op de slotavond van de CAJE, de Conference on Alternatives in Jewish Education. Die conferentie vond plaats in Hofstra University op Long Island en ik was vereerd. Het CAJE was een enorm belangrijke Joodse conferentie, een plek waar duizenden docenten, rabbijnen, voorzangers en wie er verder in het Joodse gemeenschapsleven toe doen, elkaar ontmoetten, uit de hele wereld bovendien. Als bepaalde mensen je optreden goed vonden, was je zo voor een jaar volgeboekt.

Er waren tijdens die slotavond meer optredens: de vertellers, muzikanten en komieken volgden elkaar op. Maar iedereen kende zijn plaats in de hiërarchie. Als je in het voorprogramma van Debbie stond, was je een soort toneelknecht die de rode loper mocht uitrollen voor de koningin. Ze was op het podium charmant, grappig en gevat. Ze had als zangeres een goeroeachtige uitstraling, vooral voor een publiek van vijfduizend man, dat arm in arm heen en weer wiegde en op nieuwe melodieën de traditionele woorden zong. Ze was een fenomeen dat mij tegelijkertijd fascineerde en afstootte.

Als ik haar muziek mooi had gevonden, had ik die massale groepszang misschien wel aardig gevonden. Maar ik vond haar muziek niet mooi en begreep niet waarom duizenden anderen dat wel vonden. Ja, het is waar. Op dit daarvoor zo niet-geëigende moment moet ik bekennen dat haar muziek mij niets deed. Het was te simpel. Ik was opgegroeid met Schönberg, Strauss en Satie. Ik was zo’n zesdeklasser die door haar moeder bij school wordt opgewacht om op een vrije middag naar een matinee van de Metropolitan Opera te gaan. Of we gingen naar het New York City Ballet, waar ik Rudolf Noerejev zag dansen op kakofonische, atonale elektronische muziek. Cultuur - of het nu muziek was, kunst of literatuur - was nooit echt gemakkelijk, leerde ik.

Ik hield van intense muziek en Debbie Freidman klonk te simpel. Ik wilde een metafoor en dit was nogal letterlijk. Ik wilde dissonanten, geen hele noten. Ik kreeg de smaak niet te pakken en voelde me in dit opzicht anders dan anderen. Pas deze week, toen de redactie van de Joodse Omroep me vroeg om over Debbie Friedman te schrijven, ging ik eindelijk begrijpen waarin hem de kracht en het belang van haar muziek precies zit.

Toen Debbie midden jaren zeventig met haar carrière begon en haar traditionele Hebreeuwse teksten op nieuwe muziek bekend raakten, werd het synagogale leven nog door mannen gedomineerd. Zij waren de rabbijnen en voorzangers. Je had bar mitswa’s, religieuze meerderjarigheidsceremonies voor jongens, maar bat mitswa’s, ceremonies voor meisjes, had je nog niet. De siddoeriem, de dagelijkse gebeden, gingen over Abraham, Isaac en Jacob. Lea, Rachel en Rebecca kwamen er amper in voor. Debbie bracht daar verandering in. Ze ging niet alleen schrijven over figuren als Miriam, ze voegde ook vrouwelijke namen aan traditionele gebedsliederen toe. En het ging nog verder: ze vervrouwelijkte de gehele benadering van de gebeden, want ze hervormde het model waarbij de voorzanger zingt en de gemeente braaf luistert, in een model van samenwerking en verbondenheid.

Wie in de jaren zeventig het progressieve jodendom in Amerika heeft meegemaakt, weet nog wel hoe saai en oninspirerend een sjoeldienst was. Ik weet niet wat erger was, een bezoek aan de tandarts of deze kwelling, met een langdradige rabbijn en een voorzanger die eerder leek te solliciteren naar een hoofdrol bij het plaatselijke amateurtoneel, dan dat hij bezig was te communiceren met God.

En dan nu. De diensten zitten vol samenzang, met teksten in het Engels en Hebreeuws, en de liturgie bevat een gebed voor genezing, Mi Sjeberach. De muziek tijdens een dienst is minstens zo belangrijk als degene die de diensten leidt. En dat komt voor een groot deel door de invloed die Debbie Friedman heeft gehad.

Het ging niet zonder slag of stoot. De meeste revoluties komen niet direct tot stand. Aanvankelijk wilde het liberale establishment niets met haar muziek te maken hebben. Het persbureau JTA schrijft dat Debbie het grootste deel van haar leven een buitenstaander was. Voorzangers, rabbijnen en andere religieuze beleidsmakers vonden dat haar muziek niet geschikt was voor de synagoge en daar niet in thuis hoorde.

Maar via een omweg kwamen haar creaties toch de synagogen in. Dat gebeurde via zomerkampen en weekenden voor de Joodse jeugd. Haar liedjes sloegen aan in het midwesten en verspreidden zich in razend tempo door Amerika. Kinderen waren dolenthousiast over deze volksmuziekachtige wijsjes; de oude zionistische liedjes raakten in de vergetelheid.

Aryeh Azriel is rabbijn van Temple Israel in Omaha. In 1973 vloog hij vanuit Israël naar Amerika om leiding te geven aan een Joods zomerkamp in Wisconsin. Hij ging nooit naar sjoel en was niet religieus. En dan te horen wat Debbie met muziek bereikte, dat was voor een Israëli totaal nieuw, zegt hij. ‘Het was niet zionistisch, het ging over God. Ze inspireerde generaties jongeren om actief te worden in sjoel.’

Chana Silberstein van de Board of Jewish Education in New York vond Debbies muziek niet eens het meest opmerkelijk, maar haar gave om te communiceren met de jeugd. ‘Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die zo intuïtief oppikte wat een kind voelt en daar zo goed op reageerde, die zo contact legde met een kind.'

Margaret Holub, een Reconstructionistische rabbijn uit Mendocino in Californië, is een van de weinige rabbijnen die in haar diensten geen muziek van Debbie Friedman opneemt. ‘Het is niet mijn ding’, zegt ze, bijna verontschuldigend. ‘Ik heb die positieve jeugdherinneringen niet’. Ze legt uit dat rabbijnen die als kind lid waren van jeugdbewegingen, Debbies muziek meenamen naar sjoel. ‘Ik realiseerde me dat ik, toen ik in de jaren tachtig aan het rabbinale seminarium studeerde, de enige van mijn jaar was die niet naar Joodse zomerkampen was geweest’.

De discussie tussen voorzangers die Friedmans muziek juist wel of juist niet in hun synagogen wilden gebruiken, verstomde in 2007, toen ze werd benoemd aan de afdeling muziek van het Hebrew Union College - Jewish Institute of Religion in New York. Vanaf dat moment moesten de voorzangers verplicht kennismaken met haar werk.

‘Door het introduceren van een heel nieuw soort Joodse muziek heeft Debbie voor een enorme heropleving van echte Joodse spiritualiteit gezorgd’, zegt rabbijn Daniel Freedlander op de website van de Union for Reform Judaism.

God spreekt elk van ons toe in de taal en de symbolen die bij ons passen. Soms stuurt hij een profeet Elia. Voor Noach, die als boer zo was verbonden met zijn land, was er water nodig om hem wakker te schudden. Voor Mozes en zijn Israëlieten was een tocht van veertig jaar door de woestijn vereist, voordat ze hun slavenmentaliteit konden afschudden en begrepen wat de ware betekenis van vrijheid is. En voor honderdduizenden Amerikaanse Joden, wier jeugd niet werd overschaduwd door de oorlog, maar die vol zitten met vrolijke jeugdherinneringen, wier culturele achtergrond heel anders is dan de mijne, maar wier zoektocht naar betekenis niet minder waarachtig is, was Debbie Friedman de boodschapper.

*******

Lees hier het In Memoriam in de originele, Engelse versie.

*******

Life is short. This is no revelation to the child of a Holocaust survivor like myself. Still, when a life of one of your colleagues is cut short, one that transcended the post-Shoah trauma by singing in the face of it, it's a wake up call.

Debbie Friedman, composer and singer of Jewish music, died last week. I first met her when she was about 39, twenty years before her body, battered by a twenty-year struggle with autoimmune and neurological issues,  finally surrendered to pneumonia. By then she was already a mega star, the Joan Biaz of the Jewish world. I was a new Jewish storyteller who had been given a coveted slot on the stage at CAJE, the Conference on Alternatives in Jewish Education, held at Hofstra University in Long Island.  CAJE was the mother of all Jewish conferences, the gathering place for thousands of  educators, rabbis, cantors, and lay people from around the globe. If members the audience liked your work and brought you to their synagogues or Jewish community centers, you could work for the entire year.

There were other small acts like mine during that closing night performance, storytellers, musicians, comedians. But everyone knew their place in the pecking order.  Opening up for Debbie was like being a stage hand, rolling out the red carpet for the arrival of royalty.  Charming, witty, and funny on stage, she had a guru like presence when she sang, especially when an audience of 5,000  joined in, swaying arm and arm and chanting traditional Hebrew words to her modern melodies. It was a phenomenon that was in equal parts fascinating and horrifying to me.

Maybe if I had loved the music, the mass group sing along would have been less offensive to me. But I didn't, and the fact that thousands of others did, made no sense to me.

I admit it. At the least politically correct time for me to do so, I acknowledge publicly that the music didn’t do anything for me. It was too simple for my taste. I grew up on Schonberg, Strauss, and Satie. I was the girl in sixth grade whose mother would take her out of school at lunch time so we could go to a matinee at the Metropolitan Opera or the New York City ballet, where I would watch Rudolf Nureyev dance to cacophonous, atonal  electronic music. Culture, I learned--whether it be music, art, or literature-- was something that shouldn’t necessarily come easy.

I wanted intensity in my music. Debbie Freidman’s sound felt more like easy listening. I wanted metaphor, this felt literal. I wanted dissonance, not whole notes.  I just couldn’t feel it and I felt alienated by the majority of my Jewish peers that did.

It would take me until this week, when the editor of this website asked me to write about Debbie Friedman, that I would come to understand her power and importance of her music.

When  Debbie began her career in the mid-seventies, giving new melodies to traditional Hebrew texts, synagogues were still dominated by men. Male rabbis and cantors.  Bar Mitzvahs, not bat mitzvahs. Siddurim that  referred to Abraham, Isaac, and Jacob, not Leah, Rachel, and Rebecca. Debbie shook all that up. Not just by writing about supporting players like Miriam, or adding matriarchal names to traditional prayer songs, but by feminizing the entire approach to synagogue prayer, shifting it from a Command and Control model ( Cantor sings, Congregation listens) to one of Connect and Collaborate. (We all sing together).

Those of us who grew up on 1970’s American Reform Judaism remember only too well how stark and uninspiring a trip to shul was in those days. Most of would have preferred root- canal work at the dentist to an hour torture-fest with the insufferably long winded rabbi and the egomaniacal cantor who seemed to be auditioning for the lead in a community theater production, rather than communicating with God. By contrast, today‘s services are filled with communal song, whose texts alternate Hebrew and English words, whose liturgy includes a prayer for healing, Misheberach, and whose music is as integral to the success of a synagogue as are its leaders. All this is due, in large part, to Debbie’s Freidman’s influence.

She didn’t take a direct road. No instrument of change ever does. In fact, she was rejected by the Reform Establishment early on. The JTA news service reported that she “was an outsider in the Jewish musical establishment for most of her life… she long faced resistance from cantors, rabbis and others who considered her music inappropriate in synagogue.”

She had to enter through the backdoor, the Jewish camp movement, first in the midwest, then spreading like wildfire from there across the country. Kids went crazy with her material, replacing the old Zionist folk songs which had dominated camps until that point with her folk- inspired interpretations. Aryeh Azriel, the Israeli born rabbi of Temple Israel in Omaha, met Debbie in 1973 when he came to America to work as a summer counselor in Wisconsin. “I was not observant or religious--and to hear what she did with music, what was possible…was stunning to an Israeli. It wasn’t Zionistic, is was about God.  She inspired generations of campers to become active in synagogues.” Chana Silbertsein of the Board of Jewish Education in New York, said that more than her music, it was her capacity to connect with kids that was so remarkable. “I have never seen anyone who could intuitively pick up on what a kid was feeling and address it, respond to it, and connect with it.“

Rabbi Margaret Holub, a Reconstructionist rabbi in Mendocino, California, is one of only a handful of rabbis who doesn’t include Debbie Freidman’s music in her prayer service. "It’s not my thing,“ she admitted, almost apologetically. “I have no positive childhood association with it.“ She pointed out to me in a conversation this week that it was those campers who grew up singing Debbie Freidman’s songs who eventually introduced her music to their congregations when they became clergy. “I realized that out of my entire class at the rabbinical seminary in the 1980‘s, I was the only one who hadn’t gone to Jewish summer camp.”

The rift between cantors that do and don’t want to integrate Friedman’s music into their synagogues abated in 2007 when she was appointed to the faculty at the Hebrew Union College-Jewish Institute of Religion’s School of Sacred Music. The debate was over- cantors should, at the very least, be taught her music.

“By creating a whole new genre of Jewish music, Debbie was able to reintroduce authentic Jewish spirituality,” said Rabbi Daniel Freedlander, vice president of the Union for Reform Judaism, in a statement posted on the movement’s website.

God speaks to is in languages and symbols we can understand. Occasionally, he sends in Elijah. For Noah, a farmer, deeply tied to the land, water is what was needed to shake him up. For Moses and his band of Israelite followers, a forty-year detour through the desert was required before they could shed their slave mentality and understand the true meaning of freedom. And for hundreds of thousands of American Jews, whose roots go deep in the American soul, whose memories aren’t clouded by war, but instead, are fueled by joyous memories of youth, whose cultural backgrounds are wholly different than mine but whose search for meaning is no less genuine, Debbie Friedman was their messenger.
Geschreven door Lisa Lipkin op 1/18/11 om 12:31
Reactie geplaatst op:
20 januari 2011 16:22
Ken Gould zei:
A fine tribute to this special human being! Last Friday night I was in New York and attended shul at CBST, the gay/lesbian shul where Debbie often appeared and with which Debbie had a special relationship. The service, comprised almost entirely of her music, although sometimes feeling more like a funeral, was completely infused with a sense of gratefulness for all that Debbie had given and meant to the Jewish community.
Reacties: Totaal 1, Meest recent 20 januari 2011 16:22, Member 0, Anoniem 1

Jouw gedachtes, reactie


(verplicht)
Naam
(wordt niet gepubliceerd) (verplicht)
Email
CAPTCHA Image
Onjuiste code, probeer het opnieuw.
Powered by Icewis content management system