Het college aan de Hogeschool gaat over jodendom. Koosjer slachten komt ter tafel. Driemaal daags bidden wordt besproken en de vraag hoe Joods Nederland is georganiseerd. Het laatste half uur wordt besteed aan Israël. Een klein stukje zionisme wordt besproken en dan begint de discussie. De argumenten vliegen heen en weer. Enkele studenten, allochtone en autochtone, leveren bevlogen hun argumenten. Onophoudelijk vuren zij hun vragen op mij af en rekenen zij af met mijn redeneringen.
Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza. Antisemitische schoolboeken op de Westbank. Kolonisten zijn bezetters. Palestijnen zijn terroristen. Zo gaat ons gesprek een aantal minuten door, heen en weer. De studenten vinden dat ik bevooroordeeld ben over Palestijnen. Ik vindt dat mijn opponenten slecht geïnformeerd zijn.
Dan stopt het gesprek. Niet omdat we uitgesproken zijn. Nee, dat zijn we nog lang niet. Nee, plotseling realiseren wij ons dat we hier op de Hogeschool niet het probleem in Israël of in Palestina kunnen oplossen. Wel realiseren wij ons ineens dat één ding heel goed mogelijk is. En dat is samen het gesprek aangaan. Dat op zichzelf is iets om samen even bij stil te staan. Stil staan bij de pure winst die hier in de collegezaal is te behalen.
Weer is er een maand voorbij. De aangifte over de Hitlergroet (weet u nog uit die filmopname bij de Joodse Omroep, nu al weer vier maanden geleden?) in de aflevering De keppel, de bedreiging en de verborgen camera van de 5 W's heeft nog niet zo heel veel opgeleverd. Twee jongeren zijn over deze zaak gehoord. Zelf wacht ik nog steeds op bericht van Justitie over wat er na het verhoor met de aangifte is gebeurd. Begin oktober ´werd de zaak nog bestudeerd´. Daarna is het opnieuw stil geworden.
Onderhand stel ik mijzelf de vraag of er hier sprake is van een nieuwe versie van een oud Joods vraagstuk. Wat is het verschil tussen de komst van de Messias en, in dit geval, het afhandelen van deze zaak door Justitie? Het antwoordt luidt: de Messias, die komt tenminste.
Naast de vertraagde werking van de politie en de heren en dames van het parket zijn er ook positieve dingen te melden. Zowel in enkele Amsterdamse stadsdelen, als onder verantwoordelijkheid van de wethouder in de Centrale Stad, komen initiatieven met betrekking tot de strijd tegen het antisemitisme op gang. Er liggen zowaar drie plannen die nu, als ze niet sneuvelen in de bezuinigingsgolf die ons allemaal overspoelt, hopelijk ontwikkeld worden. Daarbij gaat het om gespreksronden tussen Joodse en islamitische kinderen. Het gaat over het opzetten van ontmoetingen tussen juist die ´lastpakken´ en diegenen die zij verbaal of anderszins belagen. En om het aanbieden van projecten die jongeren in een nogal uitzichtloos bestaan zinnige perspectieven bieden om zich voor de samenleving in te zetten. Je er niet tegen afzetten, maar je ervoor inzetten… De ambtelijke molen draait nog steeds wat langzaam. Maar er gaat iets gebeuren.
En dan ineens vandaag. De betrokkenheid van de studenten bij het debat op de Hogeschool laat mij niet echt los. Ik neem contact op met de docent. Zouden we deze jongeren niet kunnen betrekken bij onze projecten in de stad? We verschillen zo vreselijk van mening over wat ons scheidt. Maar in de collegezaal hebben we tijdens het debat wel gezien hoe wij in staat zijn met elkaar om te gaan.
De docent is enthousiast. 'Ik zal de jongelui een mailtje sturen. Je hoort van mij'. Binnen een half uur heb ik een reactie. 'Fantastisch, ze willen dolgraag meedoen. Laaiend enthousiast'. Inmiddels hebben zich meer mensen gemeld. 'Gaaf, dit gaan we doen'.
De Messias, die komt in ieder geval. Hoe het verder gaat met de aangifte, ach dat zien we wel. Hoe de projecten ambtelijk gaan lopen, dat moeten we allemaal nog maar even zien. Maar aan een aantal Marokkaanse jongeren zal het niet liggen. Zij staan te springen om te helpen de problemen op straat op te lossen. Hoe veel moeite ze ook hebben met deze rabbijn die heel anders over Israël, Gaza en de Westbank denkt dan zij. Om deze samenwerking, om deze inzet is het allemaal begonnen.
Ik lees een heel interessant boek over de Watersnoodramp in 1953. Tijdens die eerste uren van dat dramatische weekend van 31 januari en 1 februari waarin meer dan 1800 mensen in Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden hun leven verloren, werden heldhaftige pogingen ondernomen om mensen uit de ondergelopen woningen, uit de zolders en van de daken te redden. Die reddingspogingen werden voor een goed deel verricht door kwajongens. Belhamels die op normale zaterdagavonden in de Zeeuwse dorpen voortdurend de boel op stelten wisten te zetten. In deze stormnachten roeiden zij met zelfgemaakte vlotten en op planken door de ondergelopen polders. Ze slaagden erin, vaak met gevaar voor eigen leven, om in die eerste uren nadat de dijken waren door gebroken heel veel mensen te redden.
Voor mij is hun inzet een voorbeeld. Belhamels, hangjongeren en pestkoppen hebben ook een andere kant. En die andere kant die gaan wij gebruiken, hier in onze Amsterdamse straten. Marokkaanse lastpakken zullen laten zien dat zij het etiket van vooroordelen dat zo gemakkelijk op hun wordt geplakt niet verdienen. Integendeel. De studenten op de Hogeschool zullen ze daarbij helpen.
Het is donderdagavond 4 november, raadscommissie Diversiteit in het Amsterdamse stadhuis. Wethouder Van Es rapporteert over de voortgang van discriminatiebestrijding in onze stad. Vanzelfsprekend komt het antisemitisme ook ter sprake.
Zelf krijg ik gelegenheid om mijn verhaal te doen. Veel aandacht, maar ook veel interesse om het samen op te pakken. Het college wil wel, de raadsleden zien het zitten, de ambtelijke organisaties doen hun ondersteunende werk. Ik ga naar huis met aan de ene kant een goed gevoel. Alle neuzen staan dezelfde kant uit. Toch ben ik er niet helemaal gerust op. De wil is er. Maar nu de uitwerking… Hopelijk kan ik daar over enkele weken iets meer van laten horen. En zal het niet alléén bij de komst van de Messias blijven.
11 november 2010 17:16
9 april 2011 10:35
11 april 2011 16:13
16 maart 2012 19:58