Spreken we over de onderduik dan denken veel mensen meteen aan Anne Frank. Maar wat weten we van de 28.000 andere Joden die in de Tweede Wereldoorlog in ons land onderdoken? Een derde van hen werd alsnog opgepakt, gedeporteerd en meestal in de concentratiekampen vermoord.

In Nederland leven nog ongeveer drieduizend Joden die ondergedoken hebben gezeten. Marcel Prins (l) sprak met 25 van hen. Samen met Henk Steenhuis (r) bracht hij een aantal verhalen samen in het boek Andere Achterhuizen, Verhalen van Joodse onderduikers met een voorwoord van Judith Herzberg (Atheneum-Polak & Van Gennep, E 16,95).
Bovendien heeft Marcel Prins samen met ontwerper Marcel van der Drift de website www.andereachterhuizen.nl ontwikkeld, waarop een aantal herinneringen is uitgewerkt tot zestig korte animaties. Boek en website vormen één geheel. Daarnaast verschijnt een artikelenreeks in het dagblad Trouw en organiseren het Joods Historisch Museum en de Anne Frank Stichting educatieve projecten over onderduiken. Ook de Joodse Omroep is partner van dit project.
Met dit project willen de makers een bijdrage leveren aan een meer pluriform beeld van de Joodse onderduik in Nederland tijdens WO-II. Al die uiteenlopende verhalen, afwijkende beelden, onderdrukte angsten en beschamende gevoelens geven een beter beeld van wat de onderduik echt betekend heeft.
De website www.andereachterhuizen.nl is het onderdeel. In de eerste, verhalende laag worden de onderduikverhalen getoond door middel van korte animaties in inktpen. De tweede laag bestaat uit informatie die de verhalen in een bredere context plaatst. In een derde laag kunnen bezoekers in de toekomst zelf eigen verhalen toevoegen.
Andere Achterhuizen is geen wetenschappelijk project, maar in de eerste plaats een artistiek project op basis van Nederlands cultureel erfgoed. Een voormalige onderduiker zelf horen praten en diens tekst krachtig verbeeld zien, maakt de urgentie onmiddellijk duidelijk: over een aantal jaren zullen de meeste verhalen letterlijk niet meer verteld kunnen worden.
Marcel Prins (l) is cameraman en
filmmaker. In 2005 maakte hij Het misdrijf van Abraham Prins,
genomineerd voor het Gouden Beeld, de prijs voor de beste
televisiedocumentaire van dat jaar.
Peter
Henk Steenhuis is filosofieredacteur bij het dagblad Trouw en publicist. Momenteel
werkt hij aan een filosofisch drieluik over het kijken naar kunst, het
lezen van poëzie en het luisteren naar muziek. Het eerste deel, Filosofie van het kijken, dat hij schreef met Mieke Boon, verscheen in 2009.
De schuilplaats bereikte je door de kastvloer in de bovenkamer op te tillen, waardoor je je kon laten zakken tot op het plafonnetje van de kast eronder. Boven elke kast pasten drie, vier personen. Boven de schuifdeuren was nauwelijks ruimte voor één: mijn plek.
Terwijl we op handen en voeten via het plafonnetje boven de schuifdeuren naar de andere kant kropen, kreeg Assees een hoestaanval. Vader timmerde hem op zijn rug en vloekte vreselijk. Het hielp, Assees hield op met hoesten.

Ik hoorde de zware laarzen in de gang en de stemmen van Jos en de Duitsers, die nu steeds luider werden. Ineens werd ik doodsbang, natuurlijk zouden de Duitsers het gebons van mijn hart en het gehijg van de anderen kunnen horen. Ze klopten op de muren, op zoek naar holle ruimtes. Eindelijk werden de geluiden minder, de voordeur ging open en dicht. Geluk gehad. Maar we wisten niet of het een routine-inval was of dat iemand ons had verraden.
Niet lang daarna kwamen de Duitsers terug, midden op de dag. Ik was in de kelder aan het spelen en had het gebons op de deur niet gehoord. Een paar onderduikers renden langs me heen, naar buiten, om zich te verstoppen in de greppel van het weiland achter de tuin. Daar kwam je via een luik in de schutting.
Voor ik het wist was ik weer alleen. Toen hoorde ik vader boven aan de trap: ‘Jaap, verberg je! Wij zijn boven in de schuilplaats’.
Geen tijd om wat terug te zeggen. De deur naar de kelder ging opnieuw open. Ik moest wat doen. Naast me stond de ijzeren vuilnisbak, ik tilde het deksel op, liet me er vliegensvlug in zakken met het deksel op mijn kop. Voetstappen naderden, stopten bij de vuilnisbak, het deksel werd opgetild.
Er klonk geen Duits commando, ik werd niet uit de vuilnisbak gesleurd. Iemand stortte een lading schillen en ander vuil op mijn hoofd, en deed de deksel weer op de bak. Ik verroerde me niet, totdat de kelderdeur weer openging en mijn vader naar beneden riep: ‘Kom maar tevoorschijn. Alles veilig!’

Ik tilde het deksel op en kroop onder de schillen vandaan. Mijn vader kwam niet meer bij van het lachen. Hij beval me te blijven staan tot hij moeder erbij had gehaald. Gelukkig troostte zij me en maakte mijn gezicht schoon. De doek die ze gebruikte werd rood van de bietenschillen.
Die avond kwam onverwacht onze man uit het verzet langs. Hij had een grote zak bij zich. Hij was bij de boer geweest en had lakens en dekens voor eten geruild. Toen hij de zak opende, kwam daar een enorme ham uit, en broden, en wel honderd eieren. Er hing meteen een feeststemming in huis. Al gauw rook het heerlijk: op ons noodkacheltje sputterden de uitsmijters. Ik kon nauwelijks wachten. Smullen! Niet lang daarna kwam de hele boel er weer uit omdat mijn maag het vet niet meer verdragen kon. Uit: Drie piano's. Jaap Sitters
22 maart 2010 17:54
28 maart 2010 4:54
28 maart 2010 12:31
28 maart 2010 17:44
6 april 2010 12:49
9 mei 2010 20:19
11 mei 2010 19:48
4 juni 2010 22:10
2 maart 2011 11:54