Joodse OmroepJoodse OmroepJoodse OmroepJoodse Omroep

De Joodse Omroep belicht het jodendom in de breedste zin van het woord vanuit verschillende invalshoeken, met de Joodse religie als bindend element.

Redactie Joodse Omroep schreef:

De heer Lou van Mulken

“Amsterdam is een gebroken stad, een stad van oorlogsherinneringen. Tot díe stad, het vooroorlogse Amsterdam, voelde ik me aangetrokken tijdens mijn eerste bezoek in 2003. Ik zag synagoges, de Diamantbuurt, Tuschinsky, Davidssterren op voordeuren [Lekstraat, red.], het Joods Historisch Museum ... ik waande me in een Joodse stad. Maar waar is de bevolking? Geobsedeerd door oorlogsherinneringen ging ik op zoek naar de grootste geheimen van dit ‘kleine Jeruzalem’.”
Dit zegt de Franse filmmaker Gilles Elie Cohen (Sfax, 1945) over zijn nieuwste documentaire Amsterdam crime, een verrassende filmische zoektocht naar het verdwenen Amsterdam. Cohen toont plekken die ons herinneren aan de Joodse aanwezigheid, maar vooral graaft hij in de geheugens van vier openhartige overlevenden. 
De Joodse Omroep wil zijn kijkers deze bijzondere film niet onthouden. Op zondag 29 mei vertoont de Omroep Amsterdam crime, een documentaire waarin de zoon van twee overlevenden Arnon Grunberg, een prominente rol heeft.

De ‘asjkenazische’ zoektocht begon gek genoeg allemaal in de sefardische gemeenschap in Cohens geboortestad Sfax in Tunesië. Hier hoorde hij als twaalfjarige jongen voor het eerst een verhaal van een overlevende: “Ik was van mijn fiets gevallen,” vertelt Cohen. “Ik brulde het uit van de pijn toen een Frans-Joodse dokter  - ik herinner me hem als de dag van gisteren - mijn wond behandelde. ‘Stil maar jongen’, zei hij. ‘Wees blij dat dít je wond is! Ik was net iets ouder dan jij toen ik de lichamen van mijn ouders en mijn zus naar de ovens moest brengen.’ 
Pas later begreep Cohen - die zich intussen een ‘wandelende verzameling van verhalen van overlevenden’ noemt - dat deze arts hem wees op zijn eigen zielenpijn. Als arbeitsfähige gevangene en lid van de Sonderkommando (waarvan hoofdzakelijk Joden lid waren) sleepte hij in opdracht van de SS vergaste gevangenen naar de verbrandingsovens. 
Met dit gruwelijke verhaal, vervolgt Cohen, “wees hij mij op ongeneselijke wonden: mijn kniewond is genezen, maar zijn wond is niet te genezen. Dat realiseerde ik me vooral de laatste tijd weer: Amsterdam crime gaat namelijk over zíjn zielenpijn, over schrijnende wonden die levens onherstelbaar kunnen breken. De belangrijkste vraag is hoe we ermee moeten leven.”

Het verhaal van de dokter was het begin van zijn ‘verzameling’. Vele verhalen volgden, vooral in Parijs, waar hij zich in 1963 op achttienjarige leeftijd vestigde en waar hij vooral in asjkenazische kringen verkeerde. “Ik had niet de gebruikelijke schroom of angst. Als ik hoorde dat ouders van mijn vrienden overlevenden waren, vroeg ik naar hun ervaringen en was ik vaak de eerste aan wie ze hun verhaal vertelden.”
Nooit deed Cohen er iets mee, totdat zijn fascinatie hem in Amsterdam vier meeslepende nieuwe verhalen brachten. Ze waren vooral in combinatie met de stad Amsterdam zo dwingend, dat hij niet anders kon dan ze in een film verwerken. 

Het verrassende aan Amsterdam crime is dat Cohen zijn oral history niet richt op de oorlogsverhalen zèlf, maar op met de Sjoa verweven liefdesgeschiedenissen. Cohen: “’t Overkwam me. Alle verhalen bleken te draaien om liefde en gebroken harten. De Sjoa doorkruiste de liefdes. Deze pijnlijke keerpunten in mensenlevens legden me als interviewer het zwijgen op. Je voelt de grens van het vragen stellen. Je kunt gewoon niet verder.”  
Zijn eigen schoonmoeder, Janny Moffie-Bolle (1921), ontraadde hem meermalen om de film te maken. Ze wilde niet meer herinnerd worden aan de negenenzeventig familieleden die ze verloor en de vier concentratiekampen die ze overleefde. Voor haar kinderen en kleinkinderen overwon ze haar terughoudendheid en vertelde ze over haar kampervaringen in het aangrijpende boek Een hemel zonder vogels (2010). Maar verder wilde ze zwijgen.
Uiteindelijk werkt ze mee, al is het schoorvoetend. Dat is begrijpelijk: na vijftien jaar huwelijk vertrok plotseling haar man, met wie ze in 1943 trouwde, de verschrikkingen van vier kampen onderging en later vier kinderen kreeg. Even plotseling ontvingen vijfenveertig jaar later zij en haar vier kinderen (waaronder Marty, haar destijds vierjarige dochter) een brief. Een terugkeer naar het  verleden, naar dat keerpunt dat ze graag wilde vergeten, was onontkoombaar. 
Marty leest de woorden van haar vader: ‘Vijfenveertig jaar geleden ben ik weggegaan uit jullie gezin. Ik wil duidelijk stellen dat de oorzaak niet bij jullie, noch bij jullie moeder lag ... ik vind haar negatieve instelling jegens mij terecht ... zij heeft zich na de oorlog volledig ingezet om mij, komende uit Buchenwald meer dood dan levend, achtentwintig kilo met een ernstige longaandoening, op de been te helpen. Achteraf realiseer ik me dat de oorzaak bij mij lag. Onverwerkte jeugd en oorlogservaringen ... Uiteraard is dat geen excuus.’ 
Deze indringende en intieme brief maakt de kijker deelgenoot van het emotioneel buitengewoon complexe en ontzagwekkende leven van Moffie-Bolle. Ze is stil en zegt dan bijna lakoniek: ‘’t Is toch wat hè. Nu komt hij eindelijk tot de conclusie dat het niet mijn schuld was.’  
We volgen in Amsterdam crime het ontroerende spoor van haar ‘verloren’ huwelijk, maar Cohen laat ons andere aangrijpende keerpunten zien. Zoals het ‘gemiste’ huwelijk van de kunstenaar Gerard Staller (1880-1956) wiens Joodse vriendin werd opgepakt en nooit terugkwam. Staller, zo horen we van de kunstverzamelaar Jonas Knoop (1928), ‘is uiteindelijk bezweken onder de kwellende gedachte dat hij haar leven had kunnen redden met een huwelijk. 
De antiquair Lou van Mulken (1934) onthult dat zijn moeder, die haar oorlogservaringen nooit heeft kunnen verwerken, z’n enige liefde was. En Leny Boeken-Velleman (1922) draagt met zich mee het verraad door haar ‘aardige maar geraffineerde verloofde’, die lid was van de Groep Ans van Dijk. Na terugkeer uit Auschwitz logeerde ze bij hem, maar, zo vertelt ze, ‘dat kon maar een nacht. De volgende dag ging hij trouwen en ik sliep drie nachten op straat.’ 

Mevrouw Leny Boeken-Velleman

De verhalen van Moffie-Bolle, Knoop, Leny Boeken-Velleman en Van Mulken dwingen ons inderdaad tot stilte. Dat Arnon Grunberg, die als zoon van overlevenden en als schrijver van romans waarin de Sjoa altijd een rol speelt dat niet doet, is maar goed ook. Als rode draad in Amsterdam crime verwoordt hij wat de overlevenden bewijzen: continuïteit na de Sjoa is onmogelijk. De Jodenvervolging is een keerpunt: er is een ‘ervóór’ en een ‘erna’. 

 Amsterdam crime, 29 mei, 14.00 uur, Nederland 2

Geschreven door Redactie Joodse Omroep op 5/11/11 om 10:56
Reactie geplaatst op:
10 juni 2011 16:27
Bas zei:
Is het nog mogelijk deze uitzending te bekijken? mvg
Reactie geplaatst op:
7 augustus 2011 5:42
Jetsin zei:
Always a good job right here. Keep rolling on throguh.
Reactie geplaatst op:
13 september 2011 15:54
Liberty zei:
IMHO you've got the right anewsr!
Reactie geplaatst op:
18 februari 2012 9:21
Soekino zei:
.. Politiek en pbiuleke opinie Journalistiek en objectiviteit.. Het zijn zaken die zich niet in graniet laten uitdrukkenHet is inderdaad weinig relativerend om je winst/verlies toe te schrijven aan een artikel in de krant.
Reactie geplaatst op:
20 februari 2012 4:41
Erwin zei:
Dat ziet er weer prcthaig uit jongens, cultuur, natuur en ontspanning wat wil een mens nog meer? Nog vele beeldschone zonsondergangen gewenst!
Reacties: Totaal 5, Meest recent 20 februari 2012 4:41, Member 0, Anoniem 5

Jouw gedachtes, reactie


(verplicht)
Naam
(wordt niet gepubliceerd) (verplicht)
Email
CAPTCHA Image
Onjuiste code, probeer het opnieuw.
Copyright © 2013 Joodse Omroep - Powered by Icewis content management system